Geschatte leestijd: 2 minuten
Het is nogal moeilijk om groene rietcicades diep in de ogen te kijken. Je moet hen daarvoor eerst al dicht kunnen benaderen, want het zijn niet alleen kleine maar ook nogal schuwe beestjes. Bij de minste beweging of trilling springen ze weg. Deze dwergcicaden zijn uitstekende springers en reageren bliksemsnel op elke verstoring. Ze maken een grote sprong en vliegen voor de zekerheid nog wat verder weg.


Als je dan eenmaal wat dichterbij bent geraakt, is het nog zaak die ogen te vinden. Die zitten helemaal aan de zijkanten van hun afgeplatte kop. Ze zijn ovaalrond en samengesteld uit vele kleine enkelvoudige oogjes. Op een of andere manier is het moeilijk scherpstellen op die ogen, ze zijn zo glad afgewerkt dat de individuele oogjes niet meer opvallen en ze langzaam overgaan in de kop.


De wijfjes van de groene rietcicade zijn grasgroen, en de mannetjes zijn appelblauwzeegroen. De onvolwassen larven zijn met een bleker witgeel ingekleurd of zelfs gestreept.



Zoals de naam het zegt, vind je groene rietcicaden op natte gronden waar er riet groeit, langs sloten, in moerassen of drassige graslanden. Cicaden boren planten aan met hun steeksnuit en zuigen het sap op als door een rietje. Watte? Ze drinken rietsap via een rietje? Dat kun je toch niet maken? Nogal wiedes dat ze je niet recht in de ogen durven kijken!

(Beelden uit Amelscheid, Ardennen, augustus 2021 en Sint-Onolfspolder, Dendermonde, september 0225)
Als (àls) je dit natuurvertelsel leuk vond, klik je dan op het duimpje hieronder aub ? Of nog beter, schrijf je een reactie hieronder? Bedankt!

