Geschatte leestijd: 2 minuten
De roodpootschildwants is een van onze meest voorkomende wantsen. Ik kom die zelf eigenlijk een beetje overal tegen. In het bos, in het park, langs de straat of gewoon in de eigen tuin. Roodpootschildwantsen zijn niet zo kieskeurig en je vindt ze op allerlei soorten loofbomen, waar ze plantensap uit opzuigen met hun steeksnavel.


Naast een steeksnavel hebben wantsen voorvleugels die voor de helft verhard zijn. In rust liggen die ter bescherming bovenop de onverharde, vliezige achtervleugels waarmee ze vliegen. Bij kevers – waarmee wantsen soms verward worden – zijn de voorvleugels volledig verhard tot een dekschild. Als je dus iets van vliezige vleugels ziet, dan heb je te maken met een wants.

Je kan roodpootschildwantsen natuurlijk herkennen aan de donkerroodbruine poten, maar ook en vooral aan het halsschild. Dat is de verharde bedekking van de bovenrug. Bij de roodpootschildwants zijn de ‘schouders’ van dat halsschild uitgesproken hoekig.



Die stekelige schouders hebben verschillende functies. Het halsschild zorgt al voor bescherming maar de schouders bieden extra bescherming van de aanzet van de vleugels en de zo belangrijke vleugelspieren. Vogels en reptielen lusten ook minder beestjes met dergelijke uitsteeksels.

De schouders breken bovendien het typische insectensilhouet, waardoor schildwantsen minder opvallen. En tot slot zouden die schouders verrassend genoeg ook het vliegen vergemakkelijken door de lucht vlotter langs het lichaam te laten stromen. Je merkt dat het niet toevallig is dat dit beestje rondloopt met joekels van schouders. Het ziet er misschien niet zo praktisch uit, maar ik ben fan van brede schouders!


(beelden uit het Heidebos te Wachtebeke, september 2025 en het Zoniënwoud, juni 2026)
Als (àls) je dit natuurvertelsel leuk vond, klik je dan op het duimpje hieronder aub ? Of nog beter, schrijf je een reactie hieronder? Bedankt!

