Geschatte leestijd: 2 minuten
Op veel zanderige bospaden ligt het nu vol met stervende bosmestkevers. Ze liggen hulpeloos op de rug, vaak met de pootjes trappelend in de lucht, alsof ze nog willen proberen recht te komen. Tegen beter weten in geef ik de meesten in het voorbijgaan een duwtje zodat ze weer op hun poten staan. Om ze even verderop opnieuw te zien omvallen…


Aan het einde van het seizoen is ook het einde van hun leven in zicht. Het ontbreekt hen aan de kracht om verder te doen. De energie waarmee ze tot voor kort nog heel het bos doorzochten op zoek naar mest is verdwenen. Toen vlogen ze zoemend rond, verrassend snel zelfs voor zo’n zware en logge insecten, en bracht hun reukorgaan hen feilloos bij die versgelegde drol.


Waar er mest valt, komen tientallen bosmestkevers aangevlogen om hun deeltje van de koek op te eisen. Dat zijn de wijfjes weliswaar. Die graven de mest de grond in en leggen er hun eitjes in. Met hun brede, krachtige voorpoten, hun blauwzwart harnas en hun compacte constructie zijn het echte graafmachines. Naar het schijnt zouden ze in één nacht een hele koeienvlaai kunnen ingraven!


De mannetjes geven er nog eerder de brui aan. Die hebben hun rol al lang gespeeld en lopen nog wat doelloos rond over al die geëffende bospaden. Tot ze niet meer kunnen. Dan vallen de kleine bulldozers omver. Bij het kleinste obstakel verliezen ze het evenwicht en kieperen ze omver. Eenmaal er zand in de machine zit, valt alles stil.


(Beelden uit het Raspaillebos te Geraardsbergen – april 2021, Warre (Durbuy) – augustus 2021, Ginkelse heide te Ede (NL) – juni 2022, Maasmechelen – augustus 2026)
Als (àls) je dit natuurvertelsel leuk vond, klik je dan op het duimpje hieronder aub ? Of nog beter, schrijf je een reactie hieronder? Bedankt!

