Teveel keuze is ook niet goed!

Onze tuin zit de laatste tijd weer vol met slakken. Toen we hier zo’n vijftien jaar geleden kwamen wonen, stikte het van de grote, bruine naaktslakken, maar die verdwenen toen we ze ‘en masse’ begonnen wegvangen. Ik herinner me dat ik op één avond exact 80 exemplaren in een potje heb gestoken. Ja, ik ben zo’n freak die dat dan telt en bijhoudt. Ze kwamen vooral af op de kattenbrokken, die verspreiden blijkbaar een onweerstaanbare geur. Maar door ze een aantal avonden op rij weg te vangen, bleven de aantallen onder controle. En naarmate de tuin verder evolueerde, waren er precies steeds minder slakken.

Nu zitten de struiken weer vol, maar dan van de huisjesslakken. Vooral de kleine segrijnslak vinden we terug. De kleine segrijnslak is niet meer of minder dan een kleine uitvoering van de escargot of wijngaardslak die we als delicatesse op restaurant kunnen eten. Deze ‘petit-gris’ wordt door topchefs zelfs verkozen boven de echte wijngaardslakken voor hun fijnere smaak. Ik heb daarom al overwogen of we die ook niet gewoon zouden kunnen klaarmaken met een looksausje, en zo onze overmaat aan slakken op een aangename manier wegwerken. Het nuttige aan het aangename paren, zeg maar. Maar eerlijk gezegd heb ik nog nooit escargots gegeten, en de gedachte om de dieren levend te koken staat me ook niet aan. In feite krijg ik het niet meer over mijn hart om ze (zelf) te doden zoals we voorheen deden met de naaktslakken.

Kleine segrijnslak op een appel in de composthoop

Op zich zijn al die slakken meestal geen probleem. Maar dit jaar zijn er zoveel, dat zelfs de bloemen van onze hemelsleutel werden opgegeten. En anders zorgen die voor nog wat kleur in de herfst. Ook de jonge stokrozen kregen niet de kans om uit te groeien, ze werden keer op keer kaalgevreten. En tussen alle kruiden lopen er vele slijmsporen…

Hemelsleutel met volledig weggevreten bloemgestel

Ik zou net zoals bij de bladluizen de natuur zijn werk kunnen laten doen… maar helaas komen er geen natuurlijke vijanden. Onze poes zorgt er vakkundig voor dat lijsters en merels uit de tuin blijven. Die zouden anders wel op tijd en stond hun slakje meepikken. 

En de tuin is ommuurd, dus geen kans op egels, die andere slakkensnoepers bij uitstek. Ik heb zo al bedacht dat we met alle buren zouden moeten afspreken om een gaatje in de tussenmuren te maken, zodat een egeltje van tuin tot tuin zou kunnen wandelen om overal de slakken te verorberen. Want met de slakken van één tuintje heeft een egel namelijk niet genoeg. Natuurpunt roept trouwens op om ‘egelstraten’ te maken door tuinen te verbinden en zo egels meer kansen te geven. Alleen zouden we daarvoor een egel moeten weghalen uit de natuur, want onze huizenblok is omringd door straten. En een egeltje dat zich niet kan voortplanten, komt voor de natuur op hetzelfde neer als een dood egeltje, omdat het genetisch materiaal dan toch verloren is. Tenzij we er natuurlijk twee zouden houden…

In de handel zijn er ook bestrijdingsmiddelen met aaltjes te verkrijgen. Het gaat om een soort van microscopisch kleine wormpjes die slakken parasiteren. Ik vrees echter dat je dan wel moet blijven van die producten kopen om de slakken onder controle te houden. Ik moet toegeven dat ik er geen ervaring mee heb, maar dat lees ik toch op de gebruiksaanwijzing.

Daarnaast zijn er ook loopkevers die slakken eten. De loopkevers in onze tuin zijn blijkbaar te klein, maar misschien zou ik andere soorten kunnen inzetten? De tuinschallebijter lijkt me een evidente keuze, want met zo’n naam lijkt die wel in een tuin thuis te horen, maar ik heb er tot nu toe alleen in bossen gevonden. Zouden die in ons stadstuintje kunnen overleven?

Tuinschallebijter

Tot slot bestaan er ook slakkendodende vliegen, maar die hebben het vooral gemunt op waterslakken. Ik vind ze alleszins alleen in de buurt van water. Er zouden ook soorten bestaan die op landslakken parasiteren, maar die hebben blijkbaar nog niet de weg gevonden naar onze tuin. Of zou ik die echt over het hoofd hebben gezien? In ieder geval hebben ze dan toch te weinig effect op onze slakkenpopulatie.

Enfin, eigenlijk is er nogal wat keuze om slakken te lijf te gaan. Zoveel keuze, dat ik het niet goed meer weet. Ik zal de beestjes maar laten leven zeker?


2 gedachten over “Teveel keuze is ook niet goed!”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.